Les van Niels Bruynseels: ‘Eérst de juiste aanleuning en tempocontrole’

0
687

Amazone: Kim Hannon
Paard: Dorlanda BWP-merrie Orlando x Burggraaf
Niveau: 1.00-1-10m
Probleem: Dorlanda maakt zich erg sterk, waardoor Kim haar moeilijk door het parcours kan sturen.

Amazone: Evy de Cuyper
Paard: Tahiti BWP-ruin Weltmeyer II x Matahawk xx
Niveau: 1.00 – 1.10m
Probleem: Tahiti krult zich gemakkelijk op in de hals, waardoor Evy geen aanleuning meer heeft.

Ruiter: Kevin de Cuyper
Paard: Corlantus BWP-ruin Corland x Cantus
Niveau: 1.10-1.20
Probleem: Kevin heeft af en toe moeite met het rijden van afstanden

Niels Bruynseels runt met zijn familie een springstal in Bonheiden, nabij Mechelen. Door zijn drukke concoursagenda en ook de handel geeft Niels nooit les, maar daar merken deze drie ruiters niks van. Als een geroutineerd instructeur praat Niels drie lesuren aan elkaar. ‘Ik moet altijd maar mijn mond houden. Daarom heb ik nu natuurlijk zoveel te vertellen’, grijnst de Vlaming. ‘Wordt er eindelijk eens naar me geluisterd!’

‘Maak jezelf langer, zorg voor controle’

Dorlanda, een stevig gebouwde BWP-merrie met een horizontale halsinzet, is dol op springen, maar wel in haar tempo en op haar manier. Haar amazone Kim is van het frêle type en moet dikwijls haar hele gewicht en handigheid in de strijd gooien om haar merrie door het parcours te sturen. Ook tijdens het losrijden is Kim druk bezig haar merrie ‘stuurbaar’ te houden; ze buigt Dorlanda flink links en rechts in.

Niels vindt het er te rommelig uitzien: ‘Maak je lichaam groter, kijk recht voor je uit en neem je teugels wat korter, zodat je wat meer aanleuning krijgt. En rijdt met je been tegen jouw hand aan.’ Maar Kim vertelt dat ze eigenlijk minder druk op haar handen zou willen en Niels’ aanwijzing voelt dus erg tegenstrijdig aan.

Aanleuning is onmisbaar

Niels legt zijn beweegreden uit: ‘Wanneer je geen aanleuning hebt kun je niks. Je kunt niet naar voren rijden en niet sluiten. Je hebt dan geen controle over je paard. Je paard hoort uiteindelijk gewoon in het midden voor je te lopen.’ Kim neemt Niels’ adviezen ter harte maar klaagt na een paar rondjes dat Dorlanda nu wel érg zwaar op haar hand wordt. ‘Dan wordt het nu tijd om te gaan schakelen’, roept Niels monter, ‘want we veranderen niet van systeem!’ Hij laat Kim op de korte zijde een grote volte inzetten. ‘Op de dichte zijde van de cirkel sluit je met twee handen en houd je je lijf groot. Op de open zijde ontspan je je hand en verruim je de draf. Wordt je merrie te sterk dan blijf je sluiten en kom je in met je been totdat ze nageeft’, geeft Niels Kim de opdracht.

‘Je hebt dit systeem nu eenmaal nodig. In stap, draf en galop, maar ook in het parcours. Wanneer je paard dit goed beheerst in het plat werk kun je namelijk ook in het parcours schakelen; je springt, gaat zitten, sluit je hand en je paard verzamelt’, legt Niels eenvoudig uit. Ondertussen is Kims merrie wel een stuk stiller in de aanleuning geworden, maar de amazone heeft nog steeds veel gewicht in haar handen.

Juiste optoming

Kim heeft Dorlanda opgetoomd met een drierings Pessoabit en een Mexicaanse neusriem. Haar teugel is in de onderste ring van het bit gegespt. Niels is niet gelukkig met deze keuze en roept de amazone bij zich. ‘Wat er nu steeds gebeurt’, zegt hij, ‘is dat het Pessoabit helemaal doorslaat naar achteren en dus de volle druk achter de oren veroorzaakt, maar dat je paard nog steeds volledig op de hand hangt. En ik ben ook niet zo’n voorstander van een Mexicaanse neusriem, omdat een paard hiermee teveel kan blijven happen en rommelen met zijn mond.’ Niels ziet Dorlanda liever gereden worden met een gecombineerde neusriem en een Pelhambit, omdat de merrie waarschijnlijk wat meer respect voor de kinketting zal tonen.

Als andere, tijdelijke, oplossing steekt Niels, bij wijze van kinketting, een leren spoorriempje onderlangs door de bovenste bitringen en maakt de teugel een ring hoger vast. ‘Nu zal ze een lichte hefboomwerking voelen, maar aan jou nu ook de taak lichter in je hand te blijven en niet meer aan de teugels te gaan hangen.’ Om de les af te ronden laat Niels Kim enkele lage dubbelsprongen rijden, waarin ook het schakelen centraal staat. ‘Rijd de ene keer in vijf, de andere keer in zes galopsprongen. Hiervan zul je uiteindelijk in het parcours ook profijt hebben.’

Los door het lijf

Niels is een echte systeemruiter en ook de volgende combinatie benadert hij met dezelfde ‘plan van aanpak’. Terwijl een grotere tegenstelling tussen Dorlanda en Tahiti, het paard van Evy, bijna niet voor te stellen is. De hoog in het bloed staande Tahiti krult zich graag in de hals op, waardoor Evy niks meer in haar handen heeft en de schimmel in een krabbelgangetje valt. Maar ook Tahiti moet van Niels los door het lijf worden, met de juiste aanleuning op de teugel en met lengte in zijn pas. Dus geeft Niels ook Evy de opdracht tijdens de warming-up op beide handen steeds een ‘cirkel’ op de korte zijde in te zetten en tempowisselingen in zowel draf als galop te rijden.

Rijd de ene keer in vijf, de andere keer in zes galopsprongen

Maar waar bij Kim en haar merrie het accent op het terugrijden lag, ligt deze bij Evy en Tahita juist op het wegrijden. ‘Wanneer je verruimt kun je de lengte in de hals opzoeken en deze moet je vervolgens in de verzameling behouden’, vertelt Niels. Op het moment van wegrijden steekt Evy haar hand naar voren om Tahiti de ruimte te geven lengte in zijn hals te brengen, maar Niels vindt haar daarin iets te ‘bruusk’; het paard mag niet worden losgegooid en vervolgens weer worden aangehaald, maar moet met gelijk contact op beide teugels en aanvullende beenhulpen gereden worden. ‘Hij moet jouw onderbeen naar jouw hand toe volgen’, verduidelijkt hij.

Gelijkmatige teugeldruk

Ook tijdens het springen blijkt Evy te ‘los-vast’ met haar handen te zijn en moet ze met meer gelijke teugeldruk het parcours kunnen springen. ‘Niet blokkeren of losgooien. Heb altijd dezelfde aanleuning’, adviseert Niels, ‘In het parcours en op de sprong.’ Niels vraagt Evy de dubbelsprong te rijden die op vijf galopsprongen is uitgemeten, maar vertelt haar gelijk dat haar paard dát nog niet redt. ‘Rijd de afstand eerst maar in zes galopsprongen, want hij zal het nog niet in vijf halen’, schat Niels in. Toch wil hij dat Evy uiteindelijk de combinatie wel in vijf galopsprongen kan rijden. Daarom moet ze haar paard van Niels goed naar voren rijden; vóór, tussen en ná de dubbelsprong.

GEBRUIK DE LANGE ZIJDE OM TE VERRUIMEN EN DE KORTE ZIJDE OM WEER TE VERKORTEN

‘Zoek in de lijn tussen de hindernissen naar lengte in zijn hals, dan kan een paard een grotere galopsprong maken. En rijd na de laatste hindernis door, zodat je paard leert lengte te pakken. Veel mensen rijden gelijk terug na een sprong, maar er staat toch geen volgende hindernis.’ Niels is geen voorstander van ‘terug’ rijden, ‘Want het is niet alleen niet goed voor de lengte van de pas, en ook niet voor het springen. Paarden die zo gereden worden durven uiteindelijk ook niet meer af te zetten.’

Grootste deel van de training bestaat uit dressuurwerk

De derde ruiter is Kevin, de broer van Evy. Natuurlijk laat Niels hem tijdens het losrijden óók op de volte verzamelen en verruimen. Maar Niels breidt het dressuurmatige werk verder uit. ‘Je moet er altijd goed voor zorgen dat alle spieren goed opgewarmd zijn alvorens je gaat springen’, vindt hij en daarom neemt de dressuur ook het merendeel van de lestijd in beslag. ‘Wanneer het op- en terugrijden op de volte goed gaat kun je ook de gehele piste gebruiken om te schakelen’, vertelt Niels, ‘Gebruik de lange zijde om te verruimen en de korte zijde om weer te verkorten.’

Ondertussen heeft Niels een vierkant van balken in de rijbaan uitgelegd. Tussen de tegenover elkaar liggende balken zit de ruimte van één galopsprong. Niels geeft Kevin de opdracht op de korte zijde af te wenden en over de twee balken te galopperen. Vervolgens moet Kevin doorwenden en over de twee anderen balken galopperen om daarna weer over de balken richting de korte zijde te rijden. Een kleine volte naar wederom de twee balken die lateraal aan de lange zijde liggen, maakt de oefening af. ‘Daarna rijd je rechtuit en verruim je weer de galop’, zegt Niels. Door steeds, op beide handen, te wenden en over de balken te galopperen verbeter je de buiging van je paard, aldus Niels.

Afstand

Kevins paard Corlantus is al fijner en dressuurmatiger afgericht dan de paarden van Kim en Evy. Kevins mankement zit vooral in zijn eigen rijden; hij komt in het parcours niet altijd even mooi voor de sprong uit. Ook in het parcours dat hij van Niels moet springen komt Kevin in de combinatie in de problemen. Zijn afstand klopt niet en Kevin probeert van alles met zijn handen om alsnog goed voor de hindernis te komen. Zijn reddingspoging resulteert in een verkeerd afzetpunt. ‘Jij panikeert wanneer het niet goed gaat’, heeft Niels gezien, ‘Dat moet je niet doen. Het kan geen kwaad dat je paard een keer niet mooi uitkomt, maar werk in met je zit. Niet met je hand.’ Ook Kevin werkt teveel terug met zijn hand, vindt Niels, en moet meer naar voren rijden.

Het springen van een hindernis begint al in de wending er naar toe

‘Het tempo moet in de wending naar de hindernis toe al goed zijn en je blijft je paard met je been- en teugelhulpen begeleiden tot in de afzet.’ In een gelijkmatig tempo en met gelijkmatige teugeldruk kan een paard pas goed een parcours rondkomen, vindt Niels. Wanneer Kevin nogmaals op de dubbelsprong aanrijdt roept hij dan ook: ‘Houd altijd je onderbeen eraan, houdt het ritme en pak de lengte in de galopsprong.’

Kevin volgt Niels’ raad goed op in de volgende parcoursen, maar valt op het laatst toch nog een keer terug in zijn oude fout. Corlantus dreigt te dicht onder de sprong te komen en Kevin maakt voor de afzet snel links-rechts een ophouding. De ruin tikt alsnog met een voorbeen de balk van de hindernis. Niels analyseert wat er mis ging. ‘Als je ziet dat je te dicht onder de sprong komt’, tipt hij voor thuis, ‘zet je lichaam terug en sluit je hand. Ga niet heen en weer met je hand, want je paard is dan gewoon de weg kwijt.’

Dit instructie-artikel verscheen in 2015 in Hoefslag.

Foto: DigiShots

Lees ook: Les van Maurice van Roosbroeck

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER